|
|
Download projectblad:
Bekijk dit project onder:
[ stedenbouw ]
[ landschap ] |
|
De staart van de file op de A1 voor de oostpoort van de Deltametropool reikt tot aan Barneveld. In
combinatie met de opwaardering van de Kippenlijn tot Valleilijn met een kwartiersdienst ontstaat hier de ideale
'habitat' voor een transferium.
Om dit idee werkelijk van de grond te krijgen zijn de afgelopen twee jaar onder enorme tijdsdruk bergen verzet.
Door het ontwerp integraal in één hand te leggen heeft de opdrachtgever tegelijkertijd efficiency en
plankwaliteit georganiseerd. Zodoende hebben we in iets meer dan twee jaar het hele proces van visieontwikkeling,
subsidieaanvraag, ontwerp en uitvoering kunnen doorlopen, zowel van het stedenbouwkundig plan, de bouwkundige
ontwerpen en de inrichting van de buitenruimte.
Allereerst is een ontwikkelingsvisie in fasen opgesteld: een groeimodel (voor zowel parkeercapaciteit als
kantoormeters) op basis van het succes van het transferium (rapport is basis subsidieaanvraag).
Vervolgens is een integrale inrichtingsschets opgesteld. Hierin zijn de getekende programma’s van eisen van de
verschillende componenten van het eerste uitvoeringsplan op elkaar afgestemd. Deze componenten zijn:
- een reconstructie een doorstroomverbetering van de verbinding tussen de A1 en het transferium (Baron van Nagellstraat);
- een parkeergarage voor circa 300 auto’s;
- een voetgangerstraverse over het hoofdspoor Amersfoort–Apeldoorn;
- een nieuw stationsplein;
- verplaatsing van het perron van de Valleilijn.
Meteen daaropvolgend zijn we doorgestart met het bouwkundig ontwerp van de garage en de brug; en vrijwel parallel
daaraan met het ontwerp voor de buitenruimte.
Garage en brug zijn in het project samengevoegd in één volume en in één architectonisch beeld.
Samen geven ze op een letterlijke wijze uitdrukking aan de routing van de transferiumgebruiker: eerst als automobilist,
vervolgens als voetganger, van snelweg tot trein. Het hele zich bouwvolume maakt los van het maaiveld, draait om
zijn eigen as naar het hoogste punt en maakt vervolgens een elegante knik over het spoor richting het perronplein
langs de Valleilijn.
In de nabije toekomst zal het maaiveld rondom het station een publiek karakter krijgen. Op de begane grond van de
garage, die in eerste instantie wordt gebruikt als stallingsgarage van de aangrenzende autoveiling, zullen dan
publiekgerichte functies worden ondergebracht (bijvoorbeeld een stationshal, stationsgebonden detailhandel,
zoals een 18-uurs winkel, horeca, commerciële dienstverlening).
Vanuit pragmatische en kostentechnische overwegingen is gekozen voor twee verschillende constructieprincipes: de
brug bestaat uit een stalen vakwerkconstructie met een vrije overspanning van 35 meter, terwijl het skelet van
de garage wordt gemaakt met een geprefabriceerde betonconstructie. Om de twee gebouwdelen toch als een geheel te
tonen is een krachtig gevelbeeld bedacht dat als een huid over de beide constructies wordt gespannen. De gevel
bestaat uit een dubbele rij geëxtrudeerde aluminium buizen die in drie verschillende diameters (50/75/100) rondom
geplaatst worden. De gevel krijgt hierdoor een grote optische diepte en geeft, afhankelijk van de zichthoek, sterk
afwisselende impressies: gezien vanuit een hoek geeft het volume de indruk een monoliet te zijn, terwijl de gevel
in een loodrechte kijkrichting verrassend transparant blijkt te zijn (als een glasgordijn).
Bijkomend voordeel van de combinatie van brug en garage is het gemeenschappelijk gebruik van lift en trappenhuis.
Zeker in het licht van de negatieve traditie van minimale maatvoeringen in parkeergebouwen is de ruime opzet van
de openbare lift en het trappenhuis een verademing. De ruimtelijke relatie tussen garage en brug wordt versterkt
doordat de grote vrije hoogte van de traverse ter plekke van de lobby wordt doorgezet in een plaatselijk dubbele
verdiepingshoogte in de parkeergarage.
[ naar boven ] |
|