|
|
Download projectblad:
 |
|
Tot op heden wordt Station Haarlem – "het mooiste spoorwegstation van Nederland" - van alle zijden belaagd door geparkeerde of
anderszins achtergelaten fietsen. In het kader van de regeling 'Ruimte voor de Fiets' zal het station worden voorzien van een
adequate en comfortabele oplossing van het fietsparkeerprobleem, die inspeelt op de voorgenomen herinrichting van de stationsomgeving
tot stadsentree met een allure het stationsgebouw waardig.
De geplande voorzieningen omvatten in het totaal bijna 8000 fietsparkeerplaatsen verdeeld over drie locaties, in en aan het station.
De bestaande bewaakte stalling in het stationsgebouw wordt opgewaardeerd tot het Fietscarré met ruim 1100 fietsparkeerplaatsen. De
huidige hoofdentree aan het Stationsplein, onder de Rijtuigkap, blijft gehandhaafd. Een nieuwe vloer, comfortabele fietsenrekken
en een betere verlichting geven samen met een opvallend nieuw beheerderspaviljoen, een nieuw aanzien aan het 'opgeschoonde'
gangenstelsel onder de perrons.
Onder het Stationsplein wordt de – voorlopig – grootste ondergrondse fietsenstalling van Europa gerealiseerd, waarin niet minder
dan 5050 fietsen een plaats kunnen vinden. Het Fietssouterrain wordt direct ontsloten vanaf de Kruisweg, de centrale ‘fietsloper’
door de stad. Een luie traphellingbaan leidt de bezoeker naar de brede entreezone die het overzichtelijke fietsparkeerplein
ontsluit en tevens voorziet van natuurlijk licht. Translucente glasstroken ingebed in een feestelijk 'baldakijnprofiel' halen
het daglicht in het Souterrain, het opgeknikte plafond en de schuine achterwand kaatsen haar zo ver mogelijk naar binnen. De
helderoranje vloer en het strakke betonplafond, op elegante wijze gedragen door schuinstaande stalen kolommen, zorgen samen met
de genereuze lange lichtlijnen voor een interieurachtige kwaliteit van de ruimte. Het in de schuine wand van de entreezone
geschoven glazen paviljoen met de beheerderruimte en de Fietspointwinkel vormt niet alleen een wakend 'oog', maar is tegelijk
een belangrijk oriëntatiepunt. Een ondergrondse traverse brengt de reiziger van hieruit rechtstreeks in het hart van het station.
Vanaf het Stationsplein gezien doet het Fietssouterrain zich voor als niet meer dan een lange - deels opengesneden - strook in de
pleinvloer. Het na jaren weer vrijgelegde zicht op het monumentale gebouw wordt op geen enkele manier gehinderd: slechts een
bescheiden 'baken' bij de toegang tot de traphellingbaan en een glimp van de oranje achterwand verraden de aanwezigheid van
het Fietssouterrain.
De onbewaakte stalling aan het Kennemerplein heeft een belangrijke ruimtevormende taak: de L-vormige stalling, die de nieuwe
fietsparkeervoorzieningen integreert met de entree van het station, geeft vorm aan het stedelijke voorportaal van de westelijke
stationsentree. Als een 21e eeuwse tegenhanger van de Rijtuigkap aan de andere zijde van het station, vormt de drielaagse
Fietsgevel tevens de visuele opmaat voor het zicht op de monumentale perronkappen. De twee bestaande iepen op het plein fungeren
als verticale tegenhangers van de horizontaal gestrekte bouwvolumina.
Een grote glazen pui met doorzicht op de perrons markeert de entree van het station, welke onafhankelijk van de fietsenstalling
functioneert. De Fietsgevel is als een ‘meubelstuk’ op het plein geplaatst: de te vernieuwen pleinvloer loopt door in de stalling.
De twee opgetilde niveaus van de stalling, voorzien van dezelfde helderoranje vloer als het Fietssouterrain, worden vanaf de twee
entrees ontsloten door twee traphellingen. Een luie trap verzorgt de 'kortsluiting' met de entree tot het station. Een korte brug
vanaf het bovenste niveau geeft direct toegang tot perron 8.
De Fietsgevel is een open (staal)constructie die steeds net los blijft van de bestaande stationsbebouwing. Onder het overhuivende
dak van de stalling ontstaat een 'dramatische' aaneenschakeling van tussenruimtes tussen nieuw en bestaand.
De aluminium lamellengevel schermt als een stedelijke vitrage het zicht op de geparkeerde fietsen af, zonder van binnenuit gezien de
openheid voor licht, lucht en zicht teniet te doen. In zijn materialisering en verticaal gelede horizontaliteit sluit de gevel aan
bij de achterliggende perronkappen van het station. Aan de kant van het station wordt de gevel feitelijk gevormd door de bestaande
wachtruimte op perron 8, die als een glazen paviljoen in de stalling steekt.
Twee grote afsluitbare schuifdeuren vormen de opvallende entrees van de Fietsgevel, één aan het voorplein en één direct
aan het fietspad langs het Kennemerplein. Van een afstand is daarmee al zichtbaar of de stalling open of gesloten is.
[ naar boven ] |
|