Tromptuinen: het binnenste buiten keren van een wederopbouwwijk

datum

02.07.2024

ga naar project:

Objecten, gebouwen, straten. We vinden het vaak vanzelfsprekend dat ze er zijn. Voordat iets er is, is er echter een heel project aan vooraf gegaan. Een project van en voor mensen. In deze rubriek gaan we op zoek naar het verhaal achter het project. Welke overwegingen zijn er gemaakt? Wat maakt het werk los? In deze aflevering: Tromptuinen in Dordrecht.

Iedere plaats kent ze wel: naoorlogse wijken. Eentonige wijken die net na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo uit de grond zijn gestampt. Nu – zo’n zeventig jaar later – zijn deze wijken ‘op’. Wielwijk in Dordrecht is daar een goed voorbeeld van. De rigoureuze plannen van de gemeente leenden zich uitermate goed voor de integrale aanpak van wUrck.

Het is allemaal begonnen met het verleggen van de zuidelijke hoofdontsluiting van Wielwijk, waardoor het autoverkeer nu evenwijdig aan de A16 rijdt. De centrale M.H. Trompweg is daarmee vrijgespeeld voor een nieuwe verbindende rol in de wijk en de naoorlogse portiekflats langs die weg hebben plaats gemaakt voor 72 grondgebonden eengezinswoningen.

Het resultaat: vanuit de huizen kijk je direct uit op een royaal parklint, dat het centrum van Wielwijk verbindt met het Wielwijkpark. Geen auto te zien. Wel fietsers, bomen en bloemrijk groen, met een centrale waterpartij als ruggengraat. Kinderen spelen op de witte stapstenen en hinken van de ene naar de andere oever, terloops in het oog gehouden door de bewoners, zittend op hun veranda’s. De Tromptuinen is in 2022 opgeleverd en mag een ware parel genoemd worden. Een geslaagde transformatie die de wijk – letterlijk en figuurlijk – een nieuw perspectief biedt.

Voordat het zover was, ging daar een lang traject aan vooraf. Dat startte uiteraard met de plannen van de gemeente Dordrecht die de basis vormden voor de uitgeschreven tender voor de woningen. Architecten Ernst van Rijn en Remco Bangma werkten samen met de ontwikkelaars van Heijmans. Ernst: “De wisselwerking tussen woning en openbare ruimte speelde een belangrijke rol in ons ontwerp, daarom is stedenbouwkundige Jakob Grambow in die eerste fase meteen aangehaakt.” wUrck en Heijmans wonnen de tender. “Hun plan had als enige echt oog voor de relatie met de openbare ruimte. Daarin zie je dat dit bureau integraal te werk gaat en architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in huis heeft,” vertelt Jeroen van der Stel, stedenbouwkundige bij de gemeente Dordrecht.

Ogen gericht op de buitenruimte
“Samen met Heijmans hebben we twee typen eengezinswoningen bedacht,” blikt Remco terug. “De meeste huizen zijn verandawoningen, afgewisseld met rijen met serrewoningen. Daarmee wilden we de overgang van binnen naar buiten verzachten en het wonen nadrukkelijk oriënteren op het parklint. De keuken zit in het midden van de woningen. Dat is een ongewone plek voor een gemiddeld rijtjeshuis, maar het maakt dat je zowel aan de voor -als achterkant kan wonen.”

De veranda- en serrewoningen betekenden een uitdaging binnen het ‘woonconcept’ van Heijmans. Remco: “We waren allemaal nog zoekende, maar dat gaf ook veel vrijheid.” Voor Heijmans viel de tender samen met het interne project om huizen betaalbaar te maken door conceptmatig te werk te gaan, vult Christiaan Cooiman, tendermanager van Heijmans, aan. “Hoewel we bezig waren met standaardisering, paste onze basiswoning niet in de Tromptuinen. In ons vakgebied wordt er vaak gedacht vanuit de auto, maar hier draaide het juist om de voetganger. Voor ons was het meteen duidelijk; in dit project wilden we echt samenwerken met wUrck! Dit bureau heeft een duidelijke handtekening. Ik zeg vaak dat ze houden van priegelen op de vierkante centimeter. Daarmee bedoel ik dat ze oog hebben voor het hogere doel én de details.”

Huizen ‘optillen’
De veranda- en serrewoningen zorgden ook voor een andere uitdaging. “Bij dit type woningen is het heel prettig als je deze iets boven het maaiveld positioneert. Dat schept afstand die de openheid juist mogelijk maakt. Dat maakte wel dat we samen met Heijmans op zoek moesten naar een oplossing voor het ‘optillen’ van de woningen,” vertelt Remco. Doordat er geen euro teveel is uitgegeven aan het frame van de huizen, door gebruik te maken van Heijmans’ woonconcept, was er ruimte om dit soort zaken toe te voegen aan het ontwerp, volgens Christiaan. “Niet alleen het ‘optillen’, ook de veranda’s, de serres en de plantenbakken zijn daar voorbeelden van. Alles om de Tromptuinen heen is jaren ‘50 bouw. Materialen en blokmaten uit die tijd vind ik altijd erg inspirerend. Daar hebben we een eigen draai aan gegeven en dat zie je terug in het subtiele spel met metselwerkdetailleringen en steenkleuren. De wijk had echt liefde nodig en ik ben blij dat we dit hebben mogen realiseren.”

De volgorde in het proces was een ondersteunende factor bij de geslaagde transformatie, aldus Jeroen. “Op basis van de bouwenvelop ‘stedenbouwkundig kader parklint 2015’ hebben we de tender doorlopen. wUrck en Heijmans hebben vervolgens nog de ruimte gehad voor hun eigen inbreng. Zij stonden heel duidelijk voor de inhoud, maar niks was in beton gegoten. Door met elkaar de dialoog aan te gaan, is er gezamenlijk een beter plan ontstaan. Pas daarna hebben we het bestemmingsplan in procedure gebracht.”

Groene oase met waterpartij
Vanwege de goede samenwerking en het besef dat wUrck de opgave goed begreep, heeft de gemeente ervoor gekozen om wUrck ook de openbare ruimte voor de Tromptuinen te laten ontwerpen. Jeroen: “In eerste instantie wilden we dat als gemeente zelf doen, maar dit is zo’n belangrijke, centrale plek in de wijk dat expertise van buitenaf wenselijk was. wUrck was een logische keuze.” “Ook omdat het vertrouwen er al was,” vult Dave Goossen, projectleider namens Ingenieursbureau Drechtsteden, aan.

De gemeente had duidelijke wensen voor de buitenruimte in de Tromptuinen, volgens Jakob. Een centrale fiets-as was het uitgangspunt, maar ook moesten er zoveel mogelijk bomen behouden blijven en was een verbetering voor het watersysteem van Wielwijk noodzakelijk. wUrck deed onderzoek naar deze thema’s en organiseerde workshops met de verantwoordelijke ambtenaren. Jakob: “Wij hebben de focus vooral gelegd op het groen, de speelplaatsen en de centrale ontmoetingsplek aan het water. Een ander belangrijk aspect vormde de hemelwaterafvoer, waarbij het water van de daken zichtbaar naar de centrale waterpartij wordt gevoerd. Daarnaast hebben we in het ontwerp gestuurd op het toepassen van eigentijdse duurzame materialen, zoals de bioblocks van geperst rietplagsel – die we kennen uit het project Kerckebosch – in de steile taluds langs het water. Ook hebben we de Zweedse keien, die eerst op een andere plek in de wijk lagen, hergebruikt voor de open goten van de hemelwaterafvoer. In eerste instantie voelde ik wel wat twijfels bij de gemeente over deze plannen, maar ook de wil om zich te laten overtuigen.”

“We investeren in de wijk voor de komende zestig tot tachtig jaar, dus je wilt de juiste keuzes maken, waarbij je ook kritisch kijkt naar hoe we al die elementen kunnen onderhouden,” legt Dave uit. “Met goede argumentatie, uitleg en hier en daar aanpassen zijn we erin geslaagd om hele bijzondere elementen in de Tromptuinen te realiseren. Persoonlijk vind ik het vooral fijn dat we van een hele stenige omgeving naar een groene oase zijn gegaan en dat het is gelukt om er een goede waterpartij in te krijgen, die tevens de waterkwaliteit van Wielwijk verbetert.”

De kwaliteit van leven in Wielwijk geniet sowieso de aandacht. Zo worden bewoners actief ingeschakeld bij de vergroening en het klimaatbestendig maken van de wijk, door deel te nemen aan metingen. In het kader van het Europese Life programma worden gegevens over onder andere temperatuur en waterafvoer verzameld. Dave: “Deze gegevens moeten uitwijzen wat het effect is van de getroffen maatregelen. Op die manier kunnen we data gestuurd werken en bepalen of we bijvoorbeeld nog meer bomen en planten moeten plaatsen.”

Visie en toekomst
Ernst roemt de langetermijnvisie en het doorzettingsvermogen van de gemeente. “Tegelijkertijd worden ook de evoluerende inzichten over het ‘programmeren’ van de stad mooi zichtbaar.” Hoewel alle betrokken partijen, bewoners en vakgenoten spreken van een succes als het om de Tromptuinen gaat, zou het project in de huidige tijd anders worden aangepakt, aldus Jeroen. “We moeten niet vergeten dat de visie van de gemeente voor de Tromptuinen dateert uit 2007. Toen lag de nadruk op het aanbrengen van differentiatie. De kleine woningen zonder lift werden vervangen door grondgebonden woningen voor ‘doorstromers’ uit de wijk. Dat betekende ook minder woonruimte. Voor de 225 flatwoningen zijn 72 huizen teruggekomen. Sinds 2016 is er een flink woningtekort in Nederland, dus als we de Tromptuinen toen pas waren gaan ontwerpen, hadden we meer woningen laten terugkomen. Momenteel werken we aan de Bouwhuys locatie in Wielwijk op basis van een stedenbouwkundig plan van wUrck en de gemeente. Hier gaan we juist extra woningen creëren zodat het verlies van woningen aan het parklint wordt gecompenseerd.”

Jakob: “De transformatie van de M.H. Trompweg tot de Tromptuinen was niet alleen bedoeld voor de direct omwonenden, maar voor de hele wijk. Juist dat maakt het een geslaagd herstructureringsproject. We zijn door de gemeente en ontwikkelaar BPS real estate geselecteerd en daardoor ook betrokken bij de Bouwhuys locatie als stedenbouwkundige, landschapsontwerper en supervisor van de architectenplannen. We zijn verheugd om te kunnen zeggen; project Tromptuinen wordt vervolgd!”

Foto’s: Aiste Rakauskaite