nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

Carbasiusweg < >

project

Carbasiusweg

plaats

Hoorn

opdrachtgever

  • Gemeente Hoorn

planteam

  • Gijs Wolfs
  • Oriol Casas
  • Jakob Grambow

ontwerp

2012

oplevering

2015

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Het vinden van een alternatief voor de gelijkvloerse spoorkruising bij het Keern betekende een eye opener voor de ruimtelijke en kwalitatieve ontwikkelingsmogelijkheden van de wijdere stationsomgeving van Hoorn. Op circa 180 meter ten westen van de huidige spoorkruising ligt de kans een nieuwe toegangsroute voor het centrum te realiseren. Nota bene in een deel van de stad dat al redelijk is geconsolideerd en waarin zo’n infrastructurele lijn nog nooit op de kaart had gestaan, daar zelfs nog nooit was bedacht: een ‘tracé trouvé’!

In een complexe wisselwerking tussen stedenbouwkundige visievorming voor de Poort van Hoorn en de realisatievoorbereiding van specifieke, strategische projecten die een fundament vormen voor de daadwerkelijke verwezenlijking van die visie, heeft wUrck een schetsontwerp opgesteld voor deze nieuwe ontsluitingsweg voor het centrum: de Carbasiusweg.

De uitdaging lag er voornamelijk in om een helder en vanzelfsprekend tracé te ontwerpen in een bestaande situatie met vele dwangpunten. Daarnaast is er veel aandacht besteed aan aspecten als veiligheid en inpassing. Met name de volgende drie ontwerpuitgangspunten zijn bepalend voor het ontwerp- en inpassingsconcept:

De dwangpunten maken het noodzakelijk een aantal curves toe te passen in het tracé. Toch is het belangrijk voor de automobilist om een ruimer perspectief te hebben op de situatie in de rijrichting en zich niet opgesloten voelt tussen gebogen tunnelwanden. Ondanks de curves moet dus een kijkrichting ‘rechtdoor’ worden geboden.

Langs het nieuwe tracé moet een bestaande hoofdwatergang opnieuw ingepast worden. De krappe profielruimten maakt het noodzakelijk dit water direct naast de tunnelbak te situeren. Bijkomend voordeel is dat de tunnelwanden daar minder hoog hoeven te worden en de bak een meer open karakter krijgt. Om het ‘ondergrondse’ moment gevoelsmatig te bekorten wordt het beeld van het maaiveld zover als mogelijk in de tunnel doorgezet.

In samenhang ontstaat met deze uitgangspunten een spiegel-symmetrisch wegbeeld. In de kijkrichting onder het viaduct door verbreedt het perspectief door de combinatie van rechte en wegdraaiende grondkerende wanden. Het groene beeld dat ‘de tunnel in wordt getrokken’ maakt ook gebruik van deze verbreding. De twee waterpartijen maken qua inpassing de verbinding tussen het wegontwerp en de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen op de aangrenzende locaties.