Ecopassage N226, Maarsbergen

buroblad
PDF

opdrachtgever

  • BAM
  • Provincie Utrecht

planteam

  • Paul Kersten
  • Svet Gavrilov
  • Antoine Griffon

ontwerp

2023

oplevering

2024

in samenwerking met

  • Ecologica

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Barrièrewerking opheffen
In de huidige situatie vormt de N226 een fysieke barrière die voor een versnippering van leefgebieden en een onderbreking van migratieroutes zorgt. Het wegnemen van de barrièrewerking met de realisatie van de ecopassage, is een cruciale stap voor het verhogen van de biodiversiteit en het faciliteren van de migratie van flora en fauna. Hoe de passage daadwerkelijk leidt tot een verhoging van deze natuurwaarden, hangt samen met onze keuzes voor de ecologische inrichting van het ecoduct.

Bos en struweel biedt dekking en voedsel aan alle soorten maar vooral voor de eekhoorn is deze biotoop belangrijk. Door de droge heide te combineren met droog schraalgrasland en zand, neemt de functionaliteit voor de zandhagedis en de buidiversiteit aan insecten sterkt toe. De poelen trekken als vochtige habitat veel dieren aan en stimuleren daarmee het gebruik van ecoduct. De natte zone verbindt de poelen en geeft een flinke impuls aan de verbindende functie van het ecoduct en een toename van populaties en diversiteit. Stobbenwallen bieden een geleidende structuur, dekking en schuilplaatsen aan kleine zoogdieren, reptielen, amfibieën en vele insecten en andere ongewervelden. Ten slotte het bloemrijk grasland en zoom vormt een waardevol gebied voor veel kleine zoogdieren, reptielen, amfibieën, insecten en andere ongewervelden.

Meer groen en minder beton
Wij verhogen de beleveniswaarde voor omgeving door het laten van de ecopassage harmonieus opgaan in de natuurelementen van de omgeving. Zo loopt het boslandbeeld door over het ecoduct. Hierdoor komen de bosrijke stroken aan weerzijden van de N226 fysiek en optisch met elkaar in verbinding. Van veraf ervaren de wandelaars en bewoners de ecopassage als een groene terp in het landschap met doorlopende gras, heide, struiken, en bomen. Naarmate de gebruikers van N226 bij het kunstwerk komen, wordt de ecopassage het meest zichtbaar en benaderbaar. Hier maken wij een duidelijke scheiding tussen de bovenwereld van de natuur en de ‘onderwereld’ van de fietsers en auto’s, oftewel de mensen. De weg snijdt als het ware door de terp. Vanuit dit perspectief zijn twee werelden te aanschouwen: die van een ‘opgetild landschap’ (de natuur die over het ecoduct loopt) en de ondergrond die door het opgetilde landschap heen snijdt (de weg).

De bovenwereld van de natuur maken we visueel met bomen, struweel en struiken die het ecoduct fysiek en optisch met de omgeving verbindt. In de onderdoorgang van het ecoduct verbeelden wij de plaatselijke geologische bodemopbouw, die bestaan uit grove en fijne zandlagen, inzichtelijk voor de fietsers en automobilisten. De bruine kleur van de zandlagen komt letterlijk terug in de GEOWALL-blokken vanwege de vrijgekomen grond. De golvende patronen van de zandlagen verwant de ecopassage met de N227, waar de Heuvelrug bodemopbouw is afgebeeld in de ruwe betonnen panelen.

Met de slanke dekrand van 20 meter lang, boven de N226, vormt de scheidingslijn tussen de wereld van de mensen en de natuur. De donkere, humusrijke leeflaag die we op het dek aanleggen, spiegelen we met de donkere, golvende en ruwe patronen van de dekrandelementen. De vormgeving van de dekrand en de ecoduct-benaming in rvs-letters, maken duidelijk een familie met de N227. De lichtdichte schermen op het ecoduct, vervaardigd uit schanskorven met natuurlijk materiaal, pakken wij volledig in met struweel en kamperfoelie. Zo blijven dieren door de koplampen onverstoord en vertoont het ecoduct zich van dichtbij als een ware “natuurbrug” zonder zware afschermingen in het zicht.

Wij plaatsen doorzichtige wildrasters op de vleugelwanden van de ecopassage, die aansluiten op de rasters langs de N266 en de lichtdichte schermen op het ecoduct. Zo ontstaan geen scherpe hoeken voor de dieren en is er geen mogelijkheid voor mensen op de vleugelwanden te lopen. De wildrasters zijn gerealiseerd van dun stalen gaas tussen houten palen. Het amfibieën HPDE-folie is weggewerkt onder het talud aan de wegzijde.

Circulair en duurzaam
Asfalt, beton en (wapening)staal zijn door de provincie meegegeven als meest milieubelastende materiaalstromen. Wij zetten met onze duurzaamheidsaanpak allereerst in op het voorkomen van nieuw materiaalgebruik, daarna zoveel mogelijk bestaande materialen hergebruiken en als nieuwe materialen toch nodig zijn dit zo laag mogelijk te houden.

Ecopassage duurzaamheid begint met ontwerpoptimalisaties zoals kortere dekoverspanning en ingekorte tunnelbak. Door een minder diepe tunnelbak, hebben we fundatie-elementen ter voorkoming van opdrijven niet nodig. Door een kortere tunnelbak behoeft er minder bestaande weg verwijderd te worden. Onze aanpak voor asfalt is de hoeveelheid asfalt te beperken, zoveel mogelijk her te gebruiken, het bij lage temperatuur te produceren en zoveel mogelijk emissieloos aan te leggen.
In de betonnen kunstwerken een reductie in beton werkt namelijk één op één door naar een reductie in wapeningsstaal. Wij bouwen het dek uit 38 hergebruikte en 11 nieuwe betonnen liggers en storten er een cementarme druklaag op. Dit leidt tot 87% CO2-reductie ten opzichte van het dek die is volledig gemakt uit de nieuwe liggers en conventionele druklaag. De randelementen maken wij in miscanthus beton. Het grootste duurzaamheidsvoordeel van miscanthus beton is dat er veel minder primair toeslagmateriaal (zand en grind) nodig is. In plaats daarvan bestaat het hoofdtoeslagmateriaal uit Olifantsgras.

De landhoofden bouwen wij met gewapende grond opgevuld met gerecycled menggranulaat. Vrijkomend gebiedseigen grond verwerken wij in de aanlooptaluds en de grondlaag op het dek. Vrijkomend zand persen wij op locatie in de GEOWALL blokken voor de wandafwerking onder het dek. GEOWALL-bouwblokken zijn 100% circulaire bouwelementen, gecreëerd door het samenpersen van lokaal beschikbare grond. De bouwblokken nemen geen water op, eroderen niet, beschikken over een anti-graffiti coating, worden op locatie geproduceerd en hebben een lange levensduur.

We plaatsen direct voor en na het ecoduct, in de strook tussen het fietspad en het wegdek, zes lichtmasten, voorzien van dubbele uithouders. De rest van het fietspad verlichten we met nieuwe armaturen op de bestaande verlichtingsmasten. Het gaat in totaal om ongeveer 20 masten (die wij binnen de systeemgrenzen tellen), die wij niet hoeven te vervangen voor nieuwe masten. Voor alle verlichting gebruiken wij ledverlichting. In de tunnel zelf gebruiken we doelmatige verlichting, dit is dynamisch ingesteld met bewegingssensoren. Als er fietsers, wandelaars of auto’s zijn, brandt de verlichting op 100%. Als er niemand is, wordt de verlichting sterk terug gedimd naar het laagst mogelijke niveau (25%).