nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

New Harloheim < >

project

New Harloheim

plaats

Haarlem

opdrachtgever

  • Ymere
  • NAI
  • Gemeente Haarlem

planteam

  • Gijs Wolfs
  • Ernst van Rijn
  • Jakob Grambow

ontwerp

2011

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Haarlem kent de klassieke tegenstelling tussen het Zand en het Veen, als twee-eiige tweeling, de een weldoorvoed en met vaste grond onder de voet, de ander noodlijdend op een zompig stuk veen. De een tot volle wasdom gekomen door een rijke historie van gelaagde, geleidelijke groei; de ander in een paar planmatige groeistuipen ‘uit de kluiten gewassen’.

Het grote Amsterdam vormde een nieuwe magneet voor Haarlem. Van trekvaart via tram, trein en autosnelweg ontwikkelde zich de steeds dominantere oost-west radiaal; met de bijbehorende ruimtelijke druk op het landschap. De gapende leegte van de drooggelegde Haarlemmermeer maakte de metropool tot nieuwe Waterwolf: economische getijden rollen over polder en veen en lieten gefragmenteerde sedimenten van infrastructuur, bedrijventerreinen, sport- en golfterreinen, start- en landingsbanen en uitbreidingslocaties achter. Om Haarlem te helpen deze kanteling van het perspectief vorm te geven stellen we 2 strategische ingrepen voor:

1. beter aanhaken op het metropolitane mobiliteitsnetwerk door de A9 en de N205 ter hoogte van het Rottepolderplein te koppelen en op te vatten als de ‘oosttangent’ van de stad, met nieuwe radialen richting het centrum.

2. de potentiële landschappelijke kwaliteiten van de westflank van de Haarlemmermeer productief maken voor het stedelijk gebied, dat hierdoor een nieuwe aantrekkingskracht krijgt binnen een regionale woningmarkt .

De komende jaren zullen de pijlen worden gericht op kwaliteitsverbetering van het bestaand stedelijk gebied. Dat roept onmiddellijk de vraag op welke factoren bepalend zullen zijn om veranderingsprocessen binnen de bestaande stad te ‘triggeren’. Beleid alleen zal niet voldoende zijn: de condities zelf van de stad zullen moeten wijzigen om nieuwe ontwikkelingsprocessen op gang te brengen. Meer dan ooit zal stedenbouwkundig discipline een conditionerende discipline moeten zijn. Het zal de ‘hefbomen’ moeten formuleren die de stad, de wijk, of de buurt in een nieuw licht plaatsen zodat veranderingen als vanzelfsprekend plaats zullen vinden.

Voor de Oostflank is die hefboom het boezemwater. De betekenis van boezemwater voor woonkwaliteit is enorm: het maakt een recreatieve beleving van de Hollandse Watermetropool mogelijk; stads- en moerasexpedities vanuit je achtertuin. Vanuit het Spaarne, de Liede en de Ringvaart ontwikkelen we daarom blauwe en groene ‘inprikkers’. Het bevaarbare water wordt, inclusief oevers, tot diep de wijk in getrokken. Precies op de strategische plekken waar door waardecreatie aan herstructureringsprocessen naast een volkshuisvestelijke ook een economische legitimiteit kan worden verleent. We hebben het over de klassieke gouden randen, maar dan midden in je wijk!