nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

Rotterdamsebaan < >

project

Rotterdamsebaan

plaats

Den Haag

opdrachtgever

  • Combinatie BHI; tender voor gemeente Den Haag

planteam

  • Ernst van Rijn
  • Paul Kersten
  • Edson da Costa
  • Roeland Bornebroek
  • Laurien Korst

ontwerp

2015

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stadsentree
De Rotterdamsebaan vormt voor het autoverkeer een belangrijke nieuwe stadsentree van Den Haag. Door middel van een boortunnel tussen de Binckhorstlaan en knooppunt Ypenburg krijgt de centrumring van de Residentie een directe aansluiting op het nationale snelwegnetwerk.

Dynamisch karakter
De Rotterdamsebaan verloopt min of meer parallel aan de Utrechtsebaan maar kent een geheel eigen, dynamisch karakter. Voor de weggebruiker rijgt het tracé in een kort tijdsbestek een aantal heel verschillende omgevingen aaneen. Vanaf de aansluiting op de snelwegen A4 en A13 weeft de nieuwe verbinding zich met haar verdiepte ligging door het infralandschap van knooppunt Ypenburg. Na het onderlangs passeren van de Laan van Hoornwijck komt de Rotterdamsebaan weer boven in de glooiende Vlietzone, die ontwikkeld wordt tot een samenhangend stedelijke parkgebied. Na dit korte intermezzo als parkway daalt de weg af in de tunnelmond van de Rotterdamsebaantunnel, gemarkeerd door het opvallende tunneldienstgebouw. De diepe boortunnel voert de weggebruiker met een ruime boog onder de landgoederenzone ter weerszijden van de Vliet, precies daar waar zich ooit Forum Hadriani heeft bevonden, de meest noordelijke Romeinse stad op het vasteland van Europa. Na ruim anderhalve kilometer keert de nieuwe verbinding terug naar het maaiveld op de Binckhorstlaan, de centrale as van het gelijknamige bedrijvengebied dat zich transformeert tot een gemengde stedelijk zone, om aan te sluiten op de centrumring van Den Haag.

Continue lijn
De ontwerpuitgangspunten voor het wegtracé zoals die zijn vastgelegd in het gemeentelijk Ambitiedocument zetten in op een krachtige doorgaande belijning en vloeiende overgangen. Juist binnen de aaneenschakeling van zeer verschillende stadslandschappen krijgt de sterke visuele samenhang van de Rotterdamsebaan betekenis, als continue lijn die het tracé aaneensmeedt tot een rustige en tegelijk dynamische en afwisselende beleving voor de weggebruiker.

De kracht van de continue lijn wordt in de architectonische uitwerking gewaarborgd door de consistente toepassing van een beperkt aantal basiselementen en ontwerpprincipes. De belangrijkste elementen van samenhang zijn het kleurgebruik, de horizontale zonering en de verticale ritmiek.

Parelsnoer
Als parels aan het snoer van de continue lijn zijn een aantal bijzondere elementen van het ontwerp aaneengesmeed tot een voor de weggebruiker herkenbare reeks, een extra laag in het ontwerp. Als contrapunt van de karakteristieke vloeiende lijnen van de Rotterdamsebaan in wit, zwart en grijs markeren in Cortenstaal uitgevoerde objecten bijzondere momenten in de route en geven gezamenlijk vorm aan de gelaagde stadsentree. Dit zijn achtereenvolgens een monumentale reeks kolommen onder de A4, de gekromde loopbrug Drievliet, het dienstgebouw Vlietzone als waker boven de tunnelmond en scharnier in het nieuwe parklandschap, een ‘Romeins’ tongewelf als markering van het diepste punt van de tunnel, en tenslotte het entreepaviljoen in de middenberm van de Binckhorstlaan als het urbane broertje van het dienstgebouw aan de andere zijde. Oranjebruine accenten aan een elegant gestroomlijnd lichaam in zwart en wit, als ware het de Haagse ooievaar.

Snavel
De loopbrug Drievliet overspant de Rotterdamsebaan in het parklandschap van de Vlietzone tussen de verdiepte ligging bij Ypenburg en de boortunnel. De voetgangersbrug vormt het letterlijke hoogtepunt van de gelaagde stadsentree en krijgt daarmee een bijzondere plaats in de enscenering van de Rotterdamsebaan, als snavel van de ooievaar.

De gekromde loopbrug brengt de bezoekers van Drievliet van het nieuwe parkeerveld over de Rotterdamsebaan naar het attractiepark en vormt de verwachtingsvolle opmaat van ‘een dagje Drievliet’. De loopbrug kent een licht gekromd verloop en geeft geleidelijk een weids zicht over het nieuwe Molenvlietpark waarbij de als een duikplank uitkragende westelijke kop van de brug fungeert als hooggelegen uitzichtpunt.

Constructie en beeld van de brug versterken elkaar. Het ruim 100 meter lange kunstwerk heeft een asymmetrisch langsprofiel met vier ondersteuningen en is op te vatten als trogligger: het dek van de brug fungeert als balk die wordt ‘geholpen’ door de opstaande randen van de borstwering die extra constructieve hoogte opleveren daar waar dat het meest efficiënt is, namelijk boven de twee V-vormige poten waar het moment het grootst is. Dit resulteert in een karakteristiek golvend profiel.

De brug heeft eveneens een gekromde dwarsdoorsnede. Het lijf bestaat uit een Cortenstalen beplating, uitwendig verstijfd door middel van opgelaste ribben. De ribben wekken organische associaties op, die goed passen in de parkachtige omgeving, maar associatief ook aansluiten bij de ‘kinderwereld’ van Drievliet. De gekromde bovenlijn van het in Cortenstaal strekmetaal uitgevoerde anti-vandalisme hekwerk fungeert als behuizing voor de verlichting van de brug. De enkele bolling van de bovenlijn gaat zowel overdag als in het donker de dialoog aan met de dubbele bolling van de constructieve flens; samen bepalen zij het dynamische karakter van de roestrode brug.