Studentenhuisvesting EUR, Rotterdam

buroblad
PDF

opdrachtgever

  • DUWO

planteam

  • Oriol Casas
  • Arie-Jan Bakker
  • Kelvin Li

ontwerp

2025-2026

in samenwerking met

  • Gemeente Rotterdam
  • Erasmus Universiteit

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

DE OPGAVE
De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de gemeente Rotterdam hebben de ambitie om op de locatie van het Van der Gootgebouw studentenhuisvesting te realiseren als onderdeel van de campusontwikkeling Woudestein. Deze ontwikkeling sluit aan bij de groeiende vraag naar betaalbare en kwalitatief hoogwaardige studentenwoningen in Rotterdam en draagt bij aan de strategische verstedelijking van de oostflank van de stad.

De opgave bestaat uit het realiseren van circa 350–450 studentenwoningen, met een mix van zelfstandige en onzelfstandige eenheden, aangevuld met woningen voor studenten met een functiebeperking. De huisvesting richt zich primair op (internationale) bachelor-, master- en exchange-studenten.

PROGRAMMA
De positionering van het programma wordt in sterke mate bepaald door de doorsnede van het gebouw en de relatie met het Van der Gootgebouw aan de noordzijde. Vanwege de zeer geringe afstand tot deze bestaande plint is het plaatsen van woonfuncties op de lagere verdiepingen onwenselijk, vanwege het ontbreken van voldoende daglicht, uitzicht en privacy. Om deze woonkwaliteitsproblemen te voorkomen is het programma op de begane grond en eerste verdieping voornamelijk georiënteerd op de zuidzijde.

Programmatisch is ook een duidelijke differentiatie aangebracht tussen de west- en oostzijde van het gebouw. Aan de westzijde zijn niet-zelfstandige woonunits gerealiseerd in de vorm van slaapkamers met gezamenlijke woonkamers. Aan de oostzijde bevinden zich studettes als zelfstandige woonunits, met een ruimere beukmaat.

Entrees en ondersteunende en voorzienende functies zijn georiënteerd op de zuidzijde. Hierdoor ontstaat een duidelijke adressering, sociale controle en levendigheid in de plint. Het woonprogramma op maaiveld bestaat voornamelijk uit studettes en MIVA-studio’s. Deze woningen hebben een directe relatie met de straat en dragen bij aan een levendig en sociaal veilig straatbeeld. Tegelijkertijd is de privacy van de woningen op de begane grond essentieel. Daarom wordt ingezet op het creëren van een subtiele bufferzone tussen gevel en openbare ruimte.

De common rooms en gezamenlijke woonkamers zijn strategisch gepositioneerd, met name op de koppen van het gebouw en bij de stijgpunten. Hierdoor functioneren zij als herkenbare ontmoetingsplekken binnen het gebouw en dragen zij bij aan de oriëntatie, sociale cohesie en levendigheid op de verdiepingen.

INPASSING
Het gebouw is opgebouwd uit vier afleesbare volumes, die ontstaan door een serie uitstekende volumes en setbacks in de gevel als spiegeling van de programmatische organisatie. Deze geleding draagt bij aan de schaal en leesbaarheid van het gebouw en sluit aan bij de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Door de massa op te delen in herkenbare bouwdelen wordt aangesloten bij het campuskarakter, waarin gebouwen zich niet als monolithische objecten presenteren, maar als samenhangende ensembles met een menselijke maat.

De plint vormt een duidelijk leesbare basis van het gebouw en strekt zich uit over twee bouwlagen. Deze basis geeft het gebouw een robuuste verankering in de openbare ruimte en fungeert als schakel tussen gebouw, campus en stad. De plint heeft een open en uitnodigend karakter, met aandacht voor transparantie, entrees en menselijke schaal.

De vier afleesbare volumes krijgen elk een licht afwijkende gevelcompositie, passend bij hun positie, hoogte en programma. Deze verschillen worden ingezet om de geleding van de massa te versterken en de volumes individueel herkenbaar te maken. Tegelijkertijd worden de gevels verbonden door een sterke horizontale compositie, waarin doorlopende lijnen, banden en wandwerking zorgen voor samenhang en rust in het totaalbeeld.

BEELDKWALITEIT
Het gebouw is ontworpen als een alzijdig volume, waarbij alle gevels zijn uitgewerkt als volwaardige gevels met aandacht voor geleding, ritme en detaillering. Alzijdigheid betekent hierbij echter niet uniformiteit. Aan de zuidzijde reageert de gevel op de hogere geluidbelasting en sterke zoninstraling, terwijl aan de noordzijde, met een geluidsluwe oriëntatie en beperktere bezonning, binnen hetzelfde ontwerpkader andere nuances mogelijk zijn. Op deze manier ondersteunt de gevel niet alleen het beeld, maar ook het comfort en de woonkwaliteit.

Voor het gebouw wordt een hoofdmateriaal gekozen dat consequent wordt toegepast over alle vier de bouwdelen en zo de samenhang en ensemblewerking versterkt. Binnen deze eenheid wordt differentiatie aangebracht door middel van subtiele kleur- en toonnuances (ton-sur-ton). Deze nuanceverschillen dragen bij aan de leesbaarheid van de massaopbouw en versterken de individuele herkenbaarheid van de bouwdelen.

De variatie in materialisatie wordt verder ondersteund door het gebruik van textuur, reliëf en detaillering, waarmee diepte en schaal aan de gevel worden toegevoegd. Hiermee wordt aangesloten bij het welstandscriterium dat grootschalige gebouwen gebaat zijn bij een verfijnde geveluitwerking die aansluit bij de menselijke maat en de beleving op straatniveau.