N307 Roggebot, Kampen

buroblad
PDF

opdrachtgever

  • Mobilis
  • Provincie Flevoland
  • Provincie Overijssel

planteam

  • Ernst van Rijn
  • Roeland Bornebroek
  • Daam van der Leij
  • Mieke van der Arend
  • Tom Raats
  • Antoine Griffon

ontwerp

2021

oplevering

2023

in samenwerking met

  • Hillebrand

fotografie

Aiste Rakauskaite

Nieuws

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ruimte voor de rivier
De nieuwe oeververbinding voert de N307 met een subtiele glooiing en een strakke, continue lijnvoering over de weidse waterstructuur van het verbrede Reevediep. Weggebruikers hebben maximaal uitzicht over het water en het omliggende landschap dat ongehinderd onder de brug doorloopt.

Kruispunt
De brug Roggebot en het nieuwe wegtracé zijn onderdeel van twee locatie-overstijgende programma’s: de verbetering van de N307 als regionale wegverbinding tussen Dronten en Kampen en de Integrale Gebiedsontwikkeling IJsseldelta die – onder meer – een vergroting van de waterveiligheid beoogt in het kader van Ruimte voor de Rivier. Met de verwijdering van de Roggebotsluis gaat het verbrede Reevediep bij extreme waterstanden fungeren als tweede ‘afvoer’ voor de IJssel zodat het waterpeil in de binnenstad van Kampen lager kan blijven. Met het oog op een vloeiende verkeersafwikkeling wordt de nieuwe N307 uitgevoerd met ongelijkvloerse kruisingen en gescheiden rijbanen voor lokaal en regionaal verkeer.

Aanmerkelijk hoger en langer dan de bestaande brug, markeert de nieuwe Roggebotbrug de contrastrijke overgang tussen het nieuwe land van de Flevopolder en het oude land van Kampen en biedt de weggebruiker een weidse blik over het waterrijke landschap van de Randmeren. Waar de watervlakken voorheen slechts verbonden werden door een smalle sluis bepaalt nu de ruimtelijke continuïteit van het dynamische Reevediep het beeld.

Aan de Flevolandzijde wordt de weg, inclusief de ongelijkvloerse aansluiting op de Drontermeerdijk, ingebed in het bestaande boslandschap. Aan de Kamperzijde heeft het landschap juist een open karakter, hier vleit het nieuwe wegtracé zich in een glooiende ‘canyon’ tussen twee dijkprofielen, halverwege overspannen door een lokaal viaduct dat is op te vatten als een kleine broer van de Roggebotbrug.

Horizontale lijnvoering
De Roggebotbrug voegt zich op vanzelfsprekende wijze in de familie van (boven)regionale oeververbindingen over de Randmeren: vlakke bruggen ‘op pootjes’ met een ingetogen vormgeving. Met een krachtige lijn, vloeiend en licht gebogen, geeft de nieuwe brug vorm aan de verbinding tussen het oude en het nieuwe land. Over zijn gehele lengte is de betonnen brug eenduidig vormgegeven als een autonome structuur die een minimale onderbreking van het waterlandschap vormt.

De visuele nadruk ligt op de horizontale en continue lijnvoering van het brugdek. Met een doeltreffende randdetaillering wordt een helder en krachtig gebaar gemaakt, over het water en de oevers. Ook ter plaatse van het beweegbaar deel en de basculekelder halverwege de brug wordt de randdetaillering van het brugdek zonder onderbrekingen voortgezet. Slechts een klein verschil in dekhoogte markeert het stalen val in gesloten toestand in het zijaanzicht.

De verschillende landschappelijke karakteristieken van de oevers vertalen zich in contrasterende brugaanlandingen. Aan de oostzijde wordt de brug, voorbij de oplegging op het landhoofd, visueel voortgezet op een buitendijks gelegen grondlichaam. Aan de westzijde zweeft de brug over het dijkprofiel om helder te eindigen ter plaatse van het landhoofd.
Om het zicht van de weggebruikers over de omgeving te optimaliseren worden de hekwerken zo transparant mogelijk uitgevoerd, met een eenvoudige horizontale belijning en grote balusterafstanden.

Subtiele facetten
Om de transparantie van de brug in het waterlandschap zo groot mogelijk te maken is het aantal tussensteunpunten tot een minimum beperkt. Het uit prefab betonnen liggers opgebouwde brugdek kent overspanningen tot ruim 60 meter, resulterend in liggerhoogtes van 2,4m. Om toch een elegante verschijningsvorm te bewerkstelligen en de horizontale lijnvoering kracht bij te zetten, is een naar buiten toe verjongend randelement toegepast. Hierdoor ontstaat een visuele geleding in een uitkragend, slank dek dat rust op een terugliggend, zwaarder onderdek. De afgeschuinde vlakken en de schaduwwerking dragen verder bij aan de optische ‘verlichting’ van het relatief zware brugdek tot een lichtvoetige lijn over het water.

De continuïteit van het vloeiend getoogde brugdek en de continuïteit van het vrij onder de brug doorspoelende landschap worden versterkt door de terugliggende brugpijlers. De opengewerkte en afgeschuinde betonnen schijven worden verfijnd met facetvlakken die niet alleen zorgen voor een kenmerkende verschijningsvorm met een elegante belijning, maar door hun spel van licht en schaduwwerking ook subtiel verwijzen naar de dynamiek van het water.

De brugtechniek van het beweegbaar deel is zo compact mogelijk gehouden om een uiterst smal basculehuis te kunnen maken, in eenzelfde vormentaal van afschuiningen en facetten als de randelementen en pijlers. De buitenwanden staan onder een subtiele hoek waardoor een verrassende optische dynamiek ontstaat van wat in de basis een rechthoekig volume is. Grote overhoekse glaspuien, licht achteroverhellend, zorgen daarbij niet alleen letterlijk voor doorzicht maar door hun reflectie van de lucht verlichten ze ook in figuurlijke zin het volume van het basculehuis.

Naturel palet
De materialen en kleuren van het brugcomplex zijn sober en naturel in een palet van zwart-, wit- en grijstinten. Voornamelijk schoon beton bepaalt de bovenwereld van het brugdek, de landhoofden en de pijlers. De oplichtende witte randdetaillering in kunststofcomposiet accentueert de krachtige horizontale lijnvoering van het brugdek. Het hekwerk in naturel verzinkt staal kent juist een terughoudende kleurstelling.

Het gekeimd betonnen basculehuis en de remmingwerken zijn opgevat onderdeel van de waterwereld, uitgevoerd in een zwarte kleurstelling die bewust contrasteert met die van de brug zelf. Het oostelijke landhoofd is onder de brug afgewerkt met houtvezelbetonelementen waarin een groot aantal vleermuiskasten zijn opgenomen.