nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

Buitenstad < >

project

Buitenstad

plaats

Zaltbommel

opdrachtgever

  • Waalbommel bv
  • Gemeente Zaltbommel

planteam

  • Gijs Wolfs
  • Jakob Grambow
  • Remco Bangma

ontwerp

2011-heden

oplevering

vanaf 2021

Nieuws

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Van werf naar woonlocatie
Woningbouw dicht bij het centrum van een stad helpt om de stad gezond en leefbaar te houden. In vestingstad Zaltbommel ligt een ideale plek pal naast het historische centrum, maar wel buitendijks. Dankzij maatregelen die het rivierwaterpeil verlagen mag hier nu vervangende nieuwbouw worden ontwikkeld.

Buitendijkse ligging
De gemeente Zaltbommel staat voor een enorm spannende uitdaging: de ontwikkeling van de locatie Buitenstad. Al in de structuurvisie binnenstad en het SPVE uit 2013 is het belang van Buitenstad voor het functioneren van de binnenstad en voor heel Zaltbommel beschreven. Het is een unieke locatie vanwege de nabijheid van de historische stad, de ligging aan de Waal, de uiterwaarden en de twee havens. Ook op landelijke schaal gaat het hier om een bijzonder project. De locatie ligt tenslotte buitendijks.

Participatieproces
Het voorlopig ontwerp voor het centrale deel van Buitenstad, de Meijer-Werf, is via een uitgebreid ontwerp- en participatieproces tot stand gekomen, waarin wUrck samenwerkte met ontwikkelaar Waalbommel, de gemeente Zaltbommel, de Monumentencommissie, de Commissie Ruimtelijke kwaliteit, een veelheid aan belanghebbenden en het Zaltbommelse publiek, vertegenwoordigd door een klankbordgroep.

In de nieuwe Buitenstad moet de menselijke, individuele maat voelbaar zijn, zowel op gebouwniveau als in de openbare ruimte. Het gebied moet zich presenteren als aantrekkelijk woongebied, warm en geborgen en met een hedendaagse uitstraling. Tegelijkertijd biedt het scheepsbouwverleden genoeg aanknopingspunten voor verbijzondering met cultuurhistorische referenties. Nieuwe gebouwen en objecten in de openbare ruimte gaan een relatie aan met het verleden door middel van vormentaal, materiaalgebruik en detaillering.

Buitenruimte
Het schaalcontrast tussen stad en rivier wordt beleefbaar gemaakt in een afwisseling van schaalniveaus en sferen. De buitenruimte kent plekken die aansluiten bij de schaal van de rivier, vanwaar de landschappelijke weidsheid kan worden ervaren, om vervolgens via tussenruimten over te gaan in stedelijke, geborgen plekken omsloten door bebouwing, of juist in bedrijvige kades. Verrassende doorkijkjes brengen de rivier tegelijk tot in het hart van het gebied.

De buitendijkse ligging van Buitenstad maakt het wonen daar heel bijzonder. Waterveiligheid staat voorop, maar daarnaast is het de bedoeling de buitendijkse situatie ervaarbaar te houden. Concreet betekent dit dat de hoofdontsluitingen van alle woningen op +8.15 NAP dienen te liggen. Voor een groot deel van het plangebied wordt hiervoor het maaiveld opgetild. Op deze sokkel komt de nieuwe bebouwing te staan.

Circulair bouwen
De buitenruimte wordt letterlijk gelaagd: de lage kades aan weerszijden van Buitenstad krijgen hun oorspronkelijke stoere karakter terug door hergebruik van bestaand bestratingsmateriaal, aangevuld met nieuwe, robuuste, havengerelateerde materialen. De sokkel wordt in een nieuwe elementenverharding uitgevoerd, in een warme roodbruine kleur, in samenhang met de nieuwe bouwblokken. De detaillering is daar kleinschaliger, meer aansluitend op de schaal van mens en woning. Hergebruik van (bestratings)materiaal levert hier ook een bijdrage aan de intentie om zoveel mogelijk circulair te bouwen met herbruikbare materialen.

Werfblokken
De buitenruimte is de drager voor een ensemble van bouwblokken, de Werfblokken. Geïnspireerd op de historische werfbebouwing zijn de blokken herkenbaar als zelfstandige eenheden die zich desalniettemin voegen binnen het ensemble van de ‘werf’. De Werfblokken doen mee in het spel van schaalcontrasten dat de Buitenstad kenmerkt. Zo keert bijvoorbeeld het volume van de grote werfhal terug als eigentijds woongebouw met diepe lofts tussen stad en rivier. De bestaande hal is uit architectuurhistorisch oogpunt niet van grote betekenis, maar hij is met zijn omvang en ligging wel een belangrijk landmark aan de Waal en daarmee een ankerpunt voor de nieuwe bebouwing van de Buitenstad.

Ontsluiting van de blokken gebeurt via de oorspronkelijke kades. Daarmee worden alle bewoners herinnerd aan de unieke locatie die ze mogen bewonen, ook zij die toevallig niet direct aan het water wonen. De bouwhoogte varieert van 1 tot 4 bouwlagen, met enkele hogere accenten die het gedifferentieerde silhouet van de werf verder versterken.

De gedifferentieerde opzet van het plan maakt een grote rijkdom aan woningtypologieën en sfeerreferenties mogelijk. Er worden ongeveer 300 woningen in alle prijsklassen gerealiseerd, waarvan bijna de helft bestaat uit appartementen. Per locatie zijn er aanleidingen voor verbijzonderingen.

Voorzieningen
De niet-woonfuncties liggen grotendeels aan de Havendijk, de plek die het meest gerelateerd is aan de binnenstad. Aan een zijde ligt de huidige brasserie in een monumentaal pand. Aan de andere zijde, tussen Haven en Waal, komt een nieuwe horecafunctie in de hergebruikte timmerwerkplaats. Onder alle woningen langs de Havendijk kunnen bijzondere functies zoals een kantoor, atelier of galerie worden ondergebracht, steeds in combinatie met het woonprogramma zelf. Als uitzondering op de regel liggen de entrees van deze functies niet op de sokkel maar op het niveau van de Havendijk. Voor fietsers en voetgangers is de Havendijk ook een route naar de supermarkten en een nieuwe winkelvoorziening op de kop van een nieuw woonblok.

Langs de kraanbaan liggen vier grotere woon-werkunits en een overdekt buitenterras voor de timmerwerkplaats. Op kleinere schaal kunnen diverse woon-werkfuncties worden gerealiseerd op met name de hoeken van de bouwblokken op de sokkel. Ten westen van de supermarkt wordt een nieuw pand ontwikkeld als bijzondere kantoorvilla, of als een gemeenschappelijke klusruimte voor bewoners van Buitenstad.

Openbare ruimte
De kades van de Werkhaven en Oude Haven hebben ieder een ander karakter. De Havendijk kent meer reuring en is duidelijk onderdeel van de binnenstad. De aangrenzende panden staan direct op het maaiveld en hebben op de begane grond een publieke uitstraling. Horeca en terrassen maken er een gezellige plek van, maar op een bescheiden schaal en aanvullend op wat er in de binnenstad al te vinden is. De bestaande lage kade onder de kraanbaan en in het talud van de Havendijk vormt een alternatieve wandelroute van de Havendijk naar de kop van de landtong. Aan het einde van de kraanbaan zorgt de oorspronkelijke scheepshelling, als groen hellend plein opnieuw teruggebracht, voor een koppeling met het overwegend groene ‘uiterwaardepark’ op kop van de landtong.

De kade langs de Werkhaven wordt een stuk rustiger en groener. De woningen staan daar op de sokkel en grenzen met een brede stoep aan de kade. Het talud langs het water is en blijft groen. Doordat een van de blokken over de strook met publiek parkeren heen schuift ontstaat een speelse, verspringende rooilijn. Op de kop van de Werkhaven ligt een openbaar kadeplein waar men lekker kan uitwaaien – met een monumentaal uitzicht: stroomafwaarts op de ondergaande zon die in de Waal ‘zakt’, stroomopwaarts op de majestueuze Martinus Nijhofbrug.

De sokkel heeft naast zijn functie voor de waterveiligheid ook een grote betekenis voor de beleving en identiteit van de buitenruimte. Een zorgvuldige uitwerking van de muren, trappartijen en hellingbanen geeft de locatie karakter en maakt Buitenstad herkenbaar. Door de afwisselende positionering (verspringing van rooilijn) van de blokken op de sokkel ontstaat een interessante, gedifferentieerde buitenruimte met verrassende doorzichten.

Buitenstad kent een verscheidenheid aan plekken, door afwisseling van schaalniveaus en sferen. Er zijn plekken die aansluiten bij de grote schaal van de rivier, tot stedelijke, meer geborgen plekken omsloten door bebouwing. Kinderen hebben niet veel nodig om zicht te vermaken in hun eigen woonomgeving. Een muurtje, trap of hellingbaan kan al voldoende zijn. Toch zijn er een paar speelplekken aangewezen waar bewuster ontworpen wordt op een veilige speelomgeving voor verschillende doelgroepen.

Beeldkwaliteit
De duidelijk afleesbare entiteiten van de voormalige scheepswerf komen in een nieuwe gedaante terug als kloeke ‘werfhallen’ die als ensemble leesbaar zijn. Ieder bouwblok is een eenheid en wordt in één architectuur ontwikkeld. Om de eenheid van de blokken te realiseren zullen alle blokken tot op de rooilijn bebouwd zijn. Parkeren voor de woningen wordt in het blok opgelost. Daartoe is op bepaalde plaatsten de blokrand open om toegang te geven tot de binnenterreinen. Deze openingen worden op zo’n manier gemaakt dat de eenheid van het blok bewaard blijft, bijvoorbeeld door ze als een poort vorm te geven – verwijzend naar historische loodsdeuren.

Gebruikte kapvormen sluiten aan de werftypologie, met bijvoorbeeld sheddaken, lessenaarsdaken en zadeldaken. Mansardekappen, tentdaken, schilddaken of kappen met een wolfseind passen niet in het beeld. Daken hebben dus een zeer eenvoudige vorm en slechts twee dakvlakken. De keuze voor een eenduidige kaprichting per blok versterkt de ervaring van het blok als een eenheid. De materiaalkeuze voor de daken is ook ingegeven door de werf. Strakke en eenvoudige materialen, zoals zink en staal, passen binnen het karakter van Buitenstad.

Naast de dakvorm en de eenheid van het bouwblok speelt ook de gevel een belangrijke rol in het verhaal van de werf. De architectuur laat zich inspireren door het werfverleden van Buitenstad. De vormgeving is ingegeven door de functie. Materialen als staal, baksteen, glas en hout komen veel voor. Kleurgebruik is terughoudend, hoewel krachtige uitzonderingen mogelijk zijn.

Binnen het geheel van Buitenstad neemt de grote hal een bijzondere positie in. Hoewel de draagconstructie, vakwerkwanden en kapconstructie van de hal niet van bijzondere cultuurhistorische waarde zijn en de bouwkundige staat van de hal dermate slecht is dat deze niet bewaard kan blijven, is de hal door zijn afmetingen en ligging wel een zeer beeldbepalend object. Naast de torens van de Maartenskerk en de Gasthuiskapel is het een landmark in de skyline van Zaltbommel. Daarom is het gewenst de contouren en uitstraling van de hal te herintroduceren in een nieuw woongebouw.

Tegen de grote hal aan staat het enige vooroorlogse gebouw van de oude werf, een kleine loods van drie sheds. Net als de hal is het cultuurhistorisch is van weinig waarde, maar het gebouw is qua volume en locatie wel bijzonder geschikt voor herontwikkeling tot horecalocatie.