nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

Rijnlandroute < >

project

Rijnlandroute

plaats

Provincie Zuid-Holland

opdrachtgever

  • Comol5 (Mobilis, DEME, Croonwolter&dros, VINCI)

planteam

  • Ernst van Rijn
  • Paul Kersten
  • Stephan Nierop
  • Harm Post
  • Thibo Duifhuizen
  • Svet Gavrilov
  • Leander Rispens
  • Maikel Waterdrinker
  • Laurien Korst

ontwerp

2016

oplevering

2022

Nieuws

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Verborgen verbinding
De nieuwe RijnlandRoute boort zich een weg onder het fijnmazige landschap tussen Leiden en Den Haag. De ambitie van de nieuwe verbinding is het stedelijk gebied van Leiden te ontlasten zonder de waardevolle, open gebieden ten zuiden van de stad aan te tasten. Het wegverkeer wordt letterlijk onder het groene tapijt geveegd.

Hink-Stap-Sprong
Als nieuwe netwerkverbinding ontlast de RijnlandRoute niet alleen het stedelijk gebied van Leiden maar zal ook fungeren als hoofdontsluiting voor het (snel-)wegverkeer naar Katwijk en Valkenburg, de laatste grote woningbouwlocatie in dit deel van Nederland.

De RijnlandRoute bestaat uit meerdere deeltrajecten. Eind 2016 heeft de aannemerscombinatie Comol5 de aanbesteding gewonnen voor het hoofdcontract (DBFM) van de RijnlandRoute, dat wil zeggen de nieuwe N434 (Stroomweg) en de aansluitende delen van de A44 en A4 die in het kader van het project verbreed dienen te worden. De overige twee delen van de RijnlandRoute (de N206/Tjalmaweg en de Europaweg/Lammenschansplein) worden later apart aanbesteed.

Ontwerpestafette
wUrck fungeert als architect en landschapsarchitect voor de combinatie Comol5, tot en met de oplevering van het project. In de tenderfase heeft wUrck het Plan Vormgeving opgesteld dat onderdeel uitmaakte van de winnende inschrijving.

De RijnlandRoute is een groot en veelzijdig infrastructureel project met een veelheid aan architectonische en landschapsarchitectonische (deel-)opgaven. De grote lijnen ten aanzien van de vormgeving en inpassing van de weg zijn door de Provincie, als eindopdrachtgever, vastgelegd in het Esthetisch Programma van Eisen. wUrck neemt, als (landschaps-)architect in het team van de bouwers, feitelijk het stokje over: binnen het gestelde ontwerpkader ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en vormgeving scherpt wUrck de uitgangspunten aan of stuurt die soms bij, begeleidt de technische uitwerking en realisatie, en bewaakt de consistentie en integraliteit van het geheel, dit alles in nauwe afstemming met het Q-team van de opdrachtgever.

Het door wUrck direct na gunning opgestelde Masterplan vormt hierbij een belangrijk middel. In het Masterplan zijn, voorafgaand aan de verdere technische uitwerking, alle (landschaps-)architectonische principes en globale uitwerkingen vastgelegd voor de weg, de wegelementen, de kunstwerken, en de inpassing daarvan in de omgeving.

Verborgen verbinding
Wanneer we de configuratie van de RijnlandRoute als I-profiel lezen dan vormt de Stroomweg (N434) het ‘lijf’ van het project. Deze ‘verborgen verbinding’ voert het wegverkeer met een lange boortunnel en een verdiepte ligging ‘onder het landschap door’ en is op te vatten als één samenhangend kunstwerk. De doorgaande wanden van de open delen van het tracé worden uitgevoerd met een onregelmatig verticaal ‘latten’-patroon dat stortnaden en vervuiling maskeert. De beide tunnelmonden, alsmede het aquaduct van de Veenwatering worden voorzien van karakteristieke rondingen die het continue karakter van het verdiepte tracé benadrukken.

De twee tunneldienstgebouwen bevinden zich grotendeels onder het maaiveld, in een terp. De bovengrondse delen zijn bewust los van de tunnel ontworpen en ieder heel verschillend, inspelend op de lokale context. Het westelijk dienstgebouw is in het open polderlandschap gesitueerd en kent daarom een zo minimaal mogelijk bovengronds volume. Dit kleine, afgeronde entreepaviljoen wordt bekleed met verticale houten latten, als ‘contramal’ van de tunnelbak, en toont zich als mysterieus, half-transparant object in het veenweidelandschap.

Het grotere oostelijke dienstgebouw wordt aan drie zijden landschappelijk ingekaderd door een stevige boomsingel. Het gebouw speelt hier op in door alle toegangen te concentreren aan de vanuit de omgeving niet-zichtbare zijde en de zichtzijde juist een abstract karakter te geven. Het (bovengrondse deel van het) dienstgebouw krijgt de donkere kleur en het gekapte silhouet van een boerenschuur. Bij nadere beschouwing blijkt de kap een elegant gedetailleerd scherm van zonnepanelen dat de achterliggende dakinstallaties aan het zicht onttrekt. Met het oog op een natuurlijke inpassing in het landschap worden beide dienstgebouwen door sloten omgeven en is de toepassing van hekwerken zo veel mogelijk vermeden.

Knopenkoppel
De te verbreden delen van de rijkswegen A44 en A4 vormen de ‘flenzen’ van het project, ieder met een eigen karakter: de met hagen afgezoomde Landgoederenroute over de strandwal aan de westzijde en de Deltaroute met weidse vergezichten door het Groene Hart aan de oostzijde.

De knopen die het lijf met de flenzen verbinden zijn diametraal verschillend. Knooppunt Ommedijk (A44) verbergt zich in het landschap door middel van ‘dive-unders’, in aansluiting op de verdiepte ligging van de Stroomweg, en geeft ruimte aan een ecopassage. De lange fly-overs van knooppunt Hofvliet daarentegen bieden de weggebruiker een breed panorama over het open landschap, met de historische molen Zelden van Passe als ankerpunt. De fly-overs worden gerealiseerd als in het werk gestorte kokerprofielen met grote, slanke overstekken en rustend op enkelvoudige, conische pijlers.

Lokale parels
De lange fietstunnel Hofweg, die het Groene Hart voor recreanten ontsluit, vormt in het A4-deel een bijzondere lokale opgave, waarbij het creëren van een veilige en aantrekkelijke passage voorop staat.

Het A44-deel van het project zal voor een groot deel worden begeleid door met hagen afgezoomde geluidsschermen en kent een hele reeks te verbreden viaducten over lokale onderdoorgangen. Door zijn grote lengte is de brug over de Oude Rijn binnen deze familie van kunstwerken de meest bijzondere; tevens wordt de brug voorzien van een karakteristiek geluidsscherm in de middenberm, speciaal ontworpen voor deze betekenisvolle oversteek.

De inrichting met een opvallend bomeneiland benadrukt de aansluiting Leiden-West als belangrijke stadsentree en scharnierpunt van de RijnlandRoute.