Fietsenstalling Stationsplein, Amsterdam

buroblad
PDF

opdrachtgever

  • Max Bögl
  • Gemeente Amsterdam

planteam

  • Oriol Casas Cancer
  • Roeland Bornebroek
  • Daam van der Leij
  • Ferdinando d’Alessio
  • Leonardo Marchese
  • Dirk Bots

ontwerp

2018

oplevering

2022

in samenwerking met

  • Akson
  • Alom
  • Count & Cooper
  • Beens Groep
  • GEO2 Engineering
  • Goudappel Coffeng
  • Installatie Techniek Louwer
  • Iv-Infra
  • Knipscheer Infrastructuur
  • Kummler+Matter
  • Van den Heuvel

fotografie

Animatie: DPI - Foto: Patrick Coerse Photography - Render vogelvlucht: Gemeente Amsterdam

Nieuws

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

0,003 mijlen onder zee
In het water voor de hoofdingang van Amsterdam Centraal Station, op het deel van de Prins Hendrikkade dat tot juli 2018 dienst deed als busstation, komt de grootste fietsparkeergarage van Amsterdam, met circa 7.000 plaatsen. Het ontwerp benadrukt de ligging onder het wateroppervlak.

De Entree
De fietsparkeergarage maakt onderdeel uit van het project De Entree. Dit project vernieuwt komende jaren het hele stationsgebied aan de centrumkant. Naast het ontwerp van de fietsstalling is wUrck is verantwoordelijk voor het ontwerp van de lage kade en is supervisor van alle architectonische componenten van de Entree, zoals de bruggen en steigers.

Monumentale hoofdentree
De stalling tussen de Prins Hendrikkade en het Stationsplein bevindt zich onder het wateroppervlak, ruim negen meter onder maaiveldniveau. Erboven ligt het domein van de rondvaartboten.
Om het hoogteverschil te overbruggen is een monumentale entree ontworpen met een hoogwaardige materialisering. Rolpaden voeren de gebruiker naar beneden, langs een wand die is vormgegeven als een continuering van de kademuur, met een vloeiende vorm van grillig basaltsteen. De rolpaden zijn onderdeel van een stijgpunt dat als een natuurstenen sculptuur de imposante ruimte vult. Een hoge glazen wand aan de binnenzijde van de entreeruimte zorgt ervoor dat de diepgelegen stalling toch van daglicht wordt voorzien.

Oester
Terwijl de materialisering van de hoofdentree robuust en ruw is, is de stalling van binnen een gladde, lichte wereld, voorzien van een gecoate gietvloer en een naadloos, wit plafond. Het is een tegenstelling die doet denken aan een oester, met zijn ruwe schelp en gladde binnenkant. Binnen deze metafoor is het volume met de beheerdersruimte en het fietsservicepunt op te vatten als de parel in de oester. Dit volume bevindt zich op een centrale, strategische positie, naast de ontvangstruimte en met overzicht over de hele stalling. De ‘parel’ heeft de vorm van een afgeschuinde glazen rechthoek met afgeronde hoeken, uitgevoerd in gebogen glas dat is voorzien van een waterpatroon.

Colonnade
De ruim opgezette ontvangstruimte vormt het scharnierstuk tussen de hoofdentree en de ‘colonnade’, het brede centrale hoofdpad dat de stalling diagonaal doorkruist en dat wordt gemarkeerd door een dubbele rij witte druppelkolommen. Bij het betreden van de stalling vanuit de ontvangstruimte is onmiddellijk aan het einde van de colonnade de andere uitgang te zien: de verbindingstunnel die leidt naar de metro en het station. Het stijgpunt naar deze verbindingstunnel wordt geflankeerd en verbijzonderd door twee sgraffito’s van kunstenaar Lex Hoorn. Aan weerszijden van de brede, gekromde colonnade liggen de gangpaden met fietsenrekken. Om de oriënterende functie van de colonnade te versterken worden de druppelkolommen van onderen aangelicht.

Onderwaterwereld
Bijzonder aan de stalling is de locatie onder het water. Water is dan ook tot identiteitsdrager van de stalling gemaakt. Dit blijkt niet alleen uit de ‘kademuur’ bij de entree, de druppelkolommen in de stallingsruimte en de metafoor van de oester, maar ook uit de vormgeving van twee bijzondere elementen: de ’horizon’ en de oculi.

De zuidelijke achterwand van de stalling bevat een glazen strook voorzien van een waterpatroon, die de ‘horizon’ is gedoopt. Dit glazen bandvenster – van niet minder dan 150 meter breed – wordt van achteren aangelicht en maakt de wand tot een zeer opvallend oriëntatiemiddel voor de gebruikers van de stalling.

Daarnaast is het plafond van de colonnade toegerust met een reeks ronde verlichtingsarmaturen. Ook deze zijn voorzien van een waterpatroon, waardoor deze oculi, net als het bandvenster, de indruk geven dat het buitenlicht – gefilterd door het water – de stalling binnenvalt. Tegelijk wordt op speelse wijze de aandacht gevestigd op de ligging van de stalling onder het wateroppervlak.