nl | en |
youtube twitter linkedin facebook instagram

A1 Overijssel < >

project

A1 Overijssel

city

Apeldoorn - Azelo

client

  • Provincie Overijssel, Stuurgroep A1

team

  • Gijs Wolfs
  • Mieke van der Arend

design

2009

in co-operation with

  • Goudappel Coffeng
  • Tauw

Breng via dit formulier iemand op de hoogte van dit project!

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Gemiste kans
Uit deze planstudie blijkt dat de capaciteitsproblematiek op het Rijswegennetwerk heel goed oplosbaar is door een paar slimme ingrepen in de provinciale en gemeentelijke weginfrastructuur. Maar ze laat helaas ook zien dat door een star financieringsbeleid deze kansen niet verzilverd kunnen worden.

Voorkeurvariant
In het landsdelig overleg van 30 oktober 2008 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat bepaald dat een regionaal standpunt nodig is over een voorkeursvariant voor de A1 van Apeldoorn-Zuid tot aan knooppunt Azelo, conform de aanbevelingen van de commissie Elverding. De provincie Overijssel heeft de combinatie Goudappel Coffeng, Tauw en wUrck gevraagd haar en de regionale partners hierbij te ondersteunen. In de studie is integraal gewerkt langs de lijnen Verkeer, Ruimte en Kosten.

Ruimtelijke kansen door netwerkdenken
Tijdens ateliers met de regionale partijen zijn relevante varianten voor de capaciteitsuitbreiding besproken. De uitkomst daarvan was behalve de traditionele uitbreiding binnen het hoofdwegennet (verbreding A1) ook uitbreiding op het onderliggende wegennet en de realisatie van een vrachtbaan. Via werkgroepen is per variant een ideaal ontwerp geschetst voor capaciteitsuitbreiding van de A1 tussen Apeldoorn-Zuid en Deventer-Oost. Daarbij is rekening gehouden met verkeerskundige aspecten, ruimtelijke aspecten en kosten.

Geconcludeerd mag worden dat er een belangrijk onderscheid is tussen de varianten die uitgaan van maatregelen op het hoofdwegennet (HWN) en varianten die de capaciteitsproblematiek oplossen op het onderliggende wegennet (OWN). Bundeling biedt veel voordelen als het gaat om inpasbaarheid en leefbaarheid, maar staat vrij neutraal tegenover de ontwikkelingsagenda van de regio; er is geen direct verband met de verschillende opgaven.

In deze studie is geprobeerd de ruimtelijke component breed op te vatten. Naast de fysieke inpassingsproblematiek en de consequenties voor milieu en leefbaarheid zijn de verschillende varianten ook beoordeeld op hun invloed voor het ontwikkelingspotentieel van de regio (met betrekking tot de opgaven zoals geformuleerd in de Agenda A1-zone).

De rijksweg als regionale drain
Een bijzondere conclusie was dat de verbetering van het onderliggende wegennet dezelfde verkeerskundige uitwerking zou hebben als een aanpak van het hoofdwegennet (verbreding A1). Dit terwijl de afgelopen decennia een cultuur is ontstaan waarbij het hoofdwegennet (de A-wegen) wordt gebruikt als ‘drain’ van lokale en regionale automobiliteit, met name vanuit het perspectief dat de A-weg zo ook functioneert als ‘drain’ voor milieu- en leefbaarheidsproblematiek. Tegelijkertijd moeten we constateren dat dit beleid ook veel ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen heeft veroorzaakt in de (vaak kwetsbare) landschappen die door de snelwegen aangesneden worden. Bovendien heeft dit beleid tot gevolg gehad dat de Rijksweg voornamelijk gebruikt wordt als een regionale verbinding en de gemiddelde reisafstand op de snelweg zeer kort is, maar de reiskilometers onnodig lang zijn.

Vanuit een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief heeft de variant ‘regionale parallelweg’ dan ook de voorkeur. Maar als Rijkswaterstaat een capaciteitsprobleem heeft op ‘hun’ snelweg is het ondenkbaar dat het beschikbare budget om dit probleem op te lossen beschikbaar wordt gesteld voor een verbetering van het provinciale wegennet. Een gemiste kans.